HCC Beleggen Banner Advertisement
Menu
Voorpagina
HCC Beleggen
Symposia
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief(archief)
Artikelen
Beleggers Info
Downloads
Sitemap


Voorpagina arrow Artikelen arrow Nieuwsbrief20140201
Nieuwsbrief20140201
HCC-Beleggen-Nieuwsbrief-logo.gif
Februari 2014


Zet 5 april 2014 alvast in uw agenda !
wat 62 ste HCC Beleggen Symposium
waneer 5 april 2014 aanvang 10.00 uur
waar Cultureel & Vergader Centrum H.F. Witte

Henri Dunantplein 4 

3731 CL  De Bilt
aktiviteit
  • hele dag diverse lezingen in twee zalen door boeiende sprekers,
  • kennismaken met en hernieuwen van kontakt met medebeleggers, 
  • kennismaken met regiogroepen,
  • nieuwe ontwikkelingen, boeken en programmatuur en kennis maken met financiele diensten, producten en innovaties bij flink een aantal leveranciers
locatie-info: Gezellig luch-restaurant aanwezig, Parkeren gratis, In midden van Nederland goede aansluiting op snelwegen, Bereikbaar per openbaar vervoer



Het gaat langzaam aan weer wat beter met de economie
Bron: Redactie
Nadat eerder bekend werd dat de huishoudens weer een fractie meer besteden en dat de stemming van ondernemers in de industrie in januari weer wat verbeterd is, blijkt nu uit een analyse van het cbs dat ook het conjunctuurbeeld eind januari beter is dan eind december.

Binnenlandse consumptie door huishoudens (koopdaggecorrigeerd volume)
20140124m01g1-SH440x260.gif
Huishoudens hebben in november 2013 0,2 procent meer besteed aan goederen en diensten dan in november 2012. Dit is de eerste toename van de consumptie in bijna tweeënhalf jaar.
De bescheiden groei komt doordat consumenten meer duurzame goederen kochten.
De consumptiecijfers zijn gecorrigeerd voor prijsveranderingen en veranderingen in de samenstelling van de koopdagen.

De bestedingen aan duurzame goederen waren in november 4,6 procent hoger dan een jaar eerder. Vergeleken met november 2012 kochten consumenten veel meer nieuwe auto’s. Het niveau van de autoverkopen was in de laatste maanden van 2012 echter relatief laag. Ook kleding en schoenen waren in november 2013 meer in trek dan een jaar eerder. Verder was de krimp van de bestedingen aan woninginrichting minder groot dan in eerdere maanden.
De jaar-op-jaarontwikkeling van de bestedingen aan duurzame goederen kan zijn beïnvloed door belastingmaatregelen. Op 1 oktober 2012 ging het hoge btw-tarief van 19 procent naar 21 procent. Dit remde de consumptie in de laatste maanden van het jaar.
Aan voedings- en genotmiddelen is 1,2 procent minder besteed. Ook de uitgaven aan overige goederen, waaronder energie, waren lager (1,4 procent). De bestedingen aan diensten lagen 0,2 procent onder het niveau van november 2012.

De Consumptieradar laat aan de hand van zes indicatoren zien of de omstandigheden voor de consumptie door huishoudens gunstiger of minder gunstig zijn geworden. In januari 2014 waren de omstandigheden voor de consumptie vrijwel net zo ongunstig als in december 2013.
20140127m09g1-SH440x258.gif

Producentenvertrouwen industrie
Het producentenvertrouwen kwam uit op 0,7 tegen 0,1 in december.
Na tweeënhalf jaar negatief geweest te zijn is de stemmingsindicator weer licht positief.

Het producentenvertrouwen is samengesteld uit drie deelindicatoren: het oordeel over de orderpositie, het oordeel over de voorraden gereed product en de verwachte productie in de komende drie maanden.
De ondernemers waren in januari positiever over de te verwachte bedrijvigheid dan in december. Ook waren ze minder somber over hun orderpositie.  Hun oordeel over de voorraden verslechterde daarentegen.

20140127m09g2-SH440x220.gif
Bezettingsgraad industrie
De bezettingsgraad is voor het derde achtereenvolgende kwartaal opgelopen.

In januari 2014 benutte de Nederlandse industrie 79,6 procent van de beschikbare productiecapaciteit.
In april 2013 was dit 75,6 procent.

Analyse januari
Het conjunctuurbeeld is eind januari beter dan eind december 2013. Er waren meer verbeteringen dan verslechteringen in de conjunctuurklok. Het zwaartepunt van de indicatoren in de Conjunctuurklok ligt in de fase van herstel.
Op vier na presteren alle indicatoren in de Conjunctuurklok echter nog onder hun langjarige trend.

Nieuwe informatie

Het producentenvertrouwen en de faillissementen schoven nipt door van het gele naar het groene kwadrant. Ze zitten in een opgaande fase en presteren nu ook iets beter dan hun langjarige trend.
De consumptie door huishoudens wisselde het rode kwadrant in voor het gele. Deze indicator gaat van een neergaande over in een opgaande fase, maar presteert onder zijn langjarige trend.
De rente gaat van het groene naar het oranje kwadrant. Deze indicator valt van een opgaande fase terug in een neergaande, maar presteert wel boven zijn langjarige trend.
conjunctuurklok-jan2014-sh700x510.gif
Het zwaartepunt van de puntenwolk in de Conjunctuurklok ligt eind januari in de fase van herstel. Van de vijftien indicatoren staan er zes in het gele, vijf in het rode, drie in het groene en één in het oranje kwadrant.
Indicatoren in het rode kwadrant hebben een groei onder hun langjarige trend en de groei neemt af.
Ook bij indicatoren in het gele kwadrant ligt de groei onder hun langjarige trend, maar daar neemt de groei toe. Van de indicatoren in het groene kwadrant ligt de groei boven hun langjarige trend en neemt de groei toe.
Ook van indicatoren in het oranje kwadrant ligt de groei boven hun langjarige trend, daar neemt de groei echter af.

Bronnen en meer informatie:
CBS Conjunctuurinformatie , Het Conjunctuurdashboard laat de cyclus van de afzonderlijke indicatoren zien.
De Conjunctuurklokindicator laat de cyclus van het zwaartepunt van de puntenwolk zien.
YouTube:  ‘Hoe werkt de Conjunctuurklok?’ en ‘De economische crisis in beeld
Branchegegevens producentenvertrouwen in de industrie zijn opgenomen in de Industriemonitor op de CBS-website.
Meer cijfers Industrie en energie. toelichting conjunctuurklok Beschrijving afzonderlijke indicatoren Conjunctuurklok
Terug naar Inhoud


advertentie
Banner_WH_HCC_SocialShopping_760-140px.jpg


Flevoland-Overijsel200x152.png
RG Flevoland-Overijssel

RG Flevoland-Overijssel is een van de HCC Beleggen Regio Groepen. Dit zijn regio georienteerde groepen van beleggers die geregeld bijeenkomen om in ontspannen sfeer met elkaar ervaringen, kennis en beleggings ideeën te delen 

Onderwerpen als ervaring met broker software, handelssystemen, indicatoren, werking van opties/turbo's enz. kunnen aan bod komen.

Benieuwd geworden naar deze groep beleggers, meld je dan per email aan Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken .



Pensioenfondsen uit het dal?
Bron: DNB
DNB-logo-SH290x125.gif
Minder pensioenfondsen moeten pensioen verlagen bij einde 5 jaar herstelplannen

Een schatting van de Nederlandsche Bank (DNB) wijst uit dat circa 38 pensioenfondsen per 1 april 2014 een verlaging van het pensioen moeten doorvoeren bij het afronden van de vijfjarige herstelplannen.
Dit is een daling met 28 fondsen ten opzichte van de 66 fondsen die in het voorgaande jaar het pensioen moesten verlagen. Ook is de gemiddelde verlaging van deze fondsen gedaald naar 1,1% (noot 1) waar vorig jaar nog een gemiddelde verlaging van 1,9% werd doorgevoerd. De inkomensgevolgen van deze verwachte daling, bezien over alle pensioenfondsen, zijn relatief beperkt. Dit alles blijkt uit voorlopige berekeningen van DNB.
Aantal kortingsfondsen in lijn met verwachting; daling pensioen lager
In het voorjaar van 2013 hebben pensioenfondsen die verwachtten in 2014 de pensioenen te moeten verlagen dit al aangekondigd. Het aantal fondsen dat nu waarschijnlijk het pensioen moet verlagen, is in lijn met deze verwachting. De verlaging van de pensioenen valt lager uit ten opzichte van de eerdere verwachting. Bij de evaluatie van de herstelplannen in april 2013 verwachtten fondsen namelijk nog een gemiddelde gewogen daling van het pensioen met 1,7 % in 2014 (zie persbericht 25 april 2013).
 
Het aantal gepensioneerden dat in april van dit jaar met een lager pensioen te maken krijgt, komt nu uit op circa 500.000, waar in april 2013 nog werd uitgegaan van 700.000 gepensioneerden. Het aantal actieve deelnemers dat een verlaging kan verwachten bedraagt 700.000 deelnemers, waar vorig jaar nog op 1,3 miljoen actieve deelnemers werd gerekend. In plaats van 1,1 miljoen slapers (noot 2), zullen nu naar verwachting circa 1,3 miljoen slapers worden geraakt, zo blijkt uit de voorlopige cijfers.
 
Positieve ontwikkeling door stijging dekkingsgraad
De positieve ontwikkeling van het gemiddelde percentage waarmee pensioenen worden verlaagd, komt door een stijging van de dekkingsgraad per ultimo 2013 in vergelijking met 2012. De gemiddelde dekkingsgraad per jaarultimo is uitgekomen rond 110%, een stijging in vergelijking met de 102% van eind december 2012. 
 
Effect korting op pensioeninkomen
De gemiddelde daling van het pensioen met 1,1% die nu uit de voorlopige cijfers naar voren komt, betekent overigens niet dat geraakte gepensioneerden hun inkomen met hetzelfde percentage zien dalen. Dat komt doordat gepensioneerden pensioen ontvangen in aanvulling op de AOW. Ook is geen rekening gehouden met de effecten van overheidsbeleid op het netto inkomen van gepensioneerden.
 
Bezien over alle pensioenfondsen, is de daling van het pensioen 0,12% (% van de totale verplichtingen). Immers, de daling van de pensioenen heeft betrekking op een relatief kleine groep pensioenfondsen. Daar komt bij dat er, in vergelijking met vorig jaar, meer pensioenfondsen zijn die waarschijnlijk het pensioen weer kunnen indexeren of een eerder doorgevoerde pensioenverlaging ongedaan kunnen maken. De gepensioneerden die aangesloten zijn bij deze fondsen, zien hun pensioen juist stijgen. Met andere woorden, de impact van de pensioenverlagingen op de hoogte van het pensioen op macro-niveau is relatief beperkt.
 
Einduitkomst kan lager uitvallen
Bij de bovenstaande cijfers is geen rekening gehouden met andere maatregelen die pensioenfondsen kunnen nemen, behalve een verlaging van het pensioen, om de dekkingsgraad weer op peil te brengen, bijvoorbeeld bijstortingen door de werkgever. In dat geval kan het aantal fondsen dat het pensioen verlaagt lager uitvallen, evenals de hoogte van de verlaging.

Pensioenverlaging noodzakelijk voor herstel buffers pensioenfondsen
De pensioenfondsen die in april het pensioen moeten verlagen, moeten hun deelnemers en gepensioneerden daarover op uiterlijk 1 maart 2014 hebben geïnformeerd. De verlaging is noodzakelijk geworden om de buffers van pensioenfondsen te herstellen. De meeste pensioenfondsen hebben een herstelplan dat eind van vorig jaar is afgelopen en erop gericht was om in maximaal vijf jaren de dekkingsgraad terug te brengen op een niveau van circa 105%, het wettelijk minimaal vereiste niveau.

Definitieve cijfers pensioenverlagingen
Half februari moeten pensioenfondsen de evaluatie van hun herstelplannen bij DNB indienen. Voor zover het minimaal vereiste eigen vermogen per ultimo 2013 nog niet was bereikt, moeten pensioenfondsen aangeven welke maatregelen ze nemen om een tekort aan te vullen, bijvoorbeeld via een lager pensioen. DNB zal spoedig na ontvangst van de evaluaties hierover voor de sector als geheel communiceren. Na ontvangst van de evaluatie van herstelplannen zal DNB zo snel mogelijk een oordeel vormen hierover. DNB streeft ernaar de pensioenfondsen die het pensioen moeten verlagen voor 1 maart 2014 te informeren, maar zal die fondsen in ieder geval uiterlijk voor 1 april 2014 geïnformeerd hebben.

Voor vragen kunt u contact opnemen met Ben Feiertag (06-52496142, Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken ).
Noot 1: Berekend als gemiddelde van de fondsen die het pensioen verlagen.
Noot 2: Pensioendeelnemers en gepensioneerden die van werkgever zijn gewisseld en niet aan waardeoverdracht hebben gedaan, kunnen meerdere keren zijn meegeteld.
Terug naar Inhoud


Helmond_wapen202x300.jpgDoe het zelf beleggers in de regio Helmond

Wij zijn een klein studie-beleggerclubje dat zich richt op het uitwisselen van kennis en ervaringen om zelf actief en succesvoller te kunnen beleggen.
Wat we doen?:
  • We bespreken elkaars aanpak en strategieën, wisselen criteria uit die iedereen maakt bij de keuzes van aandelen, opties en andere derivaten.
  • Ook gaan we dieper in op specifieke (optie-) constructies die succesvol kunnen zijn.
  • We nemen ook deel aan seminars of andere studiebijeenkomsten en wisselen alle relevante informatie over zelf beleggen uit.
  • We komen elke 3e maandag van de maand bij elkaar en tussentijds wisselen we zaken uit via de mail.
We zoeken uitbreiding van ons groepje met enkele actieve beleggers die kennis en ervaringen willen delen om beter voorbereid te kunnen beleggen.

Neem bij interesse contact op via de mail met het bestuur van de HCC Beleggen. Vermeld in de mail dat het om de groep Helmond gaat.



Waarschuwing voor boilerrooms
Bron: Redactie
AFMlet-op-sh450x200.gif Er zijn in Nederland diverse organisaties actief die consumenten, zonder dat daarom is gevraagd, telefonisch benaderen met een geweldig investeringsaanbod.

Vrijwel altijd blijkt er sprake te zijn van fraude en gaat het om een boiler room.
Een boiler room is een verzamelnaam voor personen en organisaties die met behulp van gehaaide verkopers naar potentiële beleggers bellen (cold calling) om ze over te halen te investeren in waardeloze of nepaandelen. Beleggers worden onder grote druk gezet om geld naar het buitenland over te maken. Boiler rooms gebruiken vaak betrouwbaar ogende websites. Soms gebruiken ze namen die lijken op die van een bekende financiële organisatie.
Boiler rooms brengen hun ‘slachtoffers’ het hoofd op hol met overtuigende verkooppraatjes dat er grote winsten zijn te behalen. Er wordt een relatie opgebouwd met de gedupeerden door regelmatig te bellen en in het begin goede resultaten (op papier) te laten zien. Ze wekken ook de indruk dat het om een echt eerlijk bedrijf gaat met een vergunning van de AFM en om belangrijke handel. Je moet snel  beslissen, want anders zijn de aandelen al verkocht.

Voorkom dat je wordt opgelichtArizona_Crystal_Darkness_Call_Center-SH340x460.gif
Geloven in de mooie beloftes en ingaan op de investeringsvoorstellen kan je veel geld kosten. Weet ook dat het in Nederland verboden is om consumenten zomaar te bellen met het aanbod aandelen te kopen of verkopen.
Boiler rooms bieden vaak aandelen aan die waardeloos zijn of zelfs helemaal niet bestaan. Sommige boiler rooms misleiden beleggers doordat zij de naam gebruiken van een bekende financiële organisatie of een naam die lijkt op die van een gerenommeerde financiële organisatie.
Kopers van deze aandelen worden later vaak opnieuw opgelicht, doordat ze worden benaderd om hun stukken tegen een aantrekkelijke vergoeding aan buitenlandse instellingen te verkopen. Zij moeten daarvoor een vergoeding van enkele duizenden euro's betalen, waarna zij niets meer van hun 'bemiddelaar' vernemen.
  • Ga nooit in op aandelenverkoop per telefoon of e-mail. Vaak zijn ze erg volhoudend, ga dan ook niet in gesprek en hang elke keer direct op.
  • Raadpleeg de registers van de AFM of de website van de buitenlandse toezichthouder in het land waar de instelling zegt te zijn gevestigd om te zien of zij over een vergunning beschikken. Bel de organisatie terug met de gegevens die je uit de registers haalt, om er achter te komen wie ze zijn.
  • Check op internet via zoekmachines of er iets bekend is over de aanbieding. Worden er extreem hoge rendementen voorgespiegeld of is het aanbod te mooi om waar te zijn? Dan is het ook niet waar!
  • Betaal geen restriction fee of andere onduidelijke kosten aan onbekende instellingen.
  • Controleer op internet via zoekmachines de naam van het aandeel.
  • Wees altijd extra alert als bedrijven of personen geld vragen over te maken naar een buitenlandse bankrekening of via zogenaamde Moneytransfer-systemen.
  • Bekijk ook de waarschuwingslijsten van de AFM. Op de waarschuwingslijst boiler room staan ondernemingen die ongevraagd mensen hebben benaderd met een beleggingsvoorstel. De AFM heeft vastgesteld dat de ondernemingen die op deze waarschuwingslijst staan niet beschikken over een AFM-vergunning of een Europees Paspoort. De AFM adviseert  beleggers niet in te gaan op aanbiedingen van instellingen die op deze waarschuwingslijst staan.
  • Raadpleeg ook de waarschuwingslijst van IOSCO. Daar staan waarschuwingen van aangesloten buitenlandse toezichthouders.
Om consumenten te wijzen op specifieke boiler rooms gebruikt de AFM waarschuwingslijsten-boiler rooms. Een onderzoek van de toezichthouder zelf kan leiden tot zo’n waarschuwing. Ook neemt de AFM waarschuwingen over van buitenlandse toezichthouders.

In het vierde kwartaal van 2013 is er door AFM gewaarschuwd voor de volgende partijen:
  • Progression Mergers & Acquisitions. Deze partij biedt consumenten aan om aandelen China Mineral Company te kopen. Dat zou alleen kunnen tegen betaling van een vergoeding om deze aandelen vrij te geven, de zogenoemde restriction fee.
  • Summit Private Equity LLP. Deze partij biedt aandelen US Investment Holdings, Inc. aan.
  • Guozijian Capital. Deze boiler room geeft aan dat zij een koper heeft voor (waardeloze) aandelen die al in het bezit van de belegger zijn. Echter, voordat over kan worden gegaan tot verkoop van deze stukken moet deze een minimale omvang hebben. Beleggers moeten eerst dezelfde aandelen bijkopen, zodat ze de vereiste minimale hoeveelheid bezitten.
  • Sovereign Wealth Capital. Werkt samen met Hudson Strategic Partners en World Capital Consultants, waar ook afgelopen kwartaal voor is gewaarschuwd.
  • Kingsley Advice Group. De Britse toezichthouder FCA heeft eerder voor deze partij gewaarschuwd.
De AFM roept beleggers op contact met het Meldpunt Financiële Markten op te nemen als ze door een boiler room zijn gebeld. Dit geldt vanzelfsprekend ook voor andere vormen van beleggingsfraude en financiele colportage.

bronnen:
AFM: diverse publicaties w.o. BoilerroomsBeleggingsfraudeColportage
Wikipedia: Arrest Alpine Investments
OM: "FIOD legt voor miljoenen beslag in onderzoek naar beleggingsfraude"
Terug naar Inhoud


daytradingad_753x240.jpg

Groeipauze op komst ?
Bron: KBC
Het producentenvertrouwen startte zijn opwaartse trend in de zomer van 2012 na de aankondiging door de ECB van haar OMTprogramma.
Vanaf het vierde kwartaal van 2012 leidde dat ook tot een aantrekkende groeidynamiek en een terugkeer naar economische groei in het tweede kwartaal van 2013. Dat herstel zet zich onverminderd voort, met als opvallende achterblijver de Franse economie. Het Franse producentenvertrouwen blijft steken op een laag peil en zowel de werkloosheidsgraad als het tekort op de lopende rekening van de Franse betalingsbalans lopen verder op.
Het nieuwe ‘verantwoordelijkheidspact’ van president Hollande heeft als doelstelling de werkgelegenheidsgroei aan te zwengelen, met als blikvanger de verlaging van de sociale bijdragen door de werkgevers ten belope van 30 miljard EUR tegen 2017.

Maar ondanks het feit dat de recente conjunctuurdata wereldwijd verrassend goed waren, is het mogelijk dat de wereldconjunctuur de komende maanden tijdelijk een versnelling lager schakelt. In de VS zagen we in het derde kwartaal van 2013 een stevige voorraadopbouw, die allicht vanaf het vierde kwartaal tijdelijk op de groei zal wegen. In Japan zal de aangekondigde btw-verhoging, zoals vermeld, in het tweede kwartaal voor een matiging van de consumptieuitgaven zorgen. Om het scenario van 1997 te vermijden, waarbij een btwverhoging de prille conjunctuurherleving fnuikte, zal de Japanse regering die verhoging nu begeleiden met een budgettair stimuleringspakket. Ook in China zal de matigende conjunctuurdynamiek van het vierde kwartaal van 2013 zich allicht nog voortzetten. Vooral de pogingen van de Chinese centrale bank om de hoge kredietgroei aan banden te leggen zal nog een tijd op de economische groei wegen.
Renteverschillen-Emu-jan2014-SH600x450.gif
De financiële markten trekken zich op dit ogenblik weinig aan van het feit dat de economische groei in de EMU achterblijft ten opzichte van de andere grote economieën. Dat komt vooral tot uiting in de forse daling van de renteverschillen die EMU-overheden moeten betalen ten opzichte van de Duitse overheid. Zo daalde bijvoorbeeld de risicopremie op Spaanse en Italiaanse overheidsobligaties tot circa 2 procentpunten. Die daling is vooreerst te danken aan de verbeterde groeivooruitzichten, die samen met een groeivriendelijker begrotingsbeleid de overheidsschuld beheersbaarder maakt. Op de achtergrond blijft echter ook het OMT-programma van de ECB een belangrijke neerwaartse druk op de renteverschillen uitoefenen. Aangezien de groeiverschillen tussen de EMU-lidstaten aanzienlijk blijven en de overheidsschulden zich nog altijd op een veel te hoog peil bevinden, heeft die ingreep van de ECB veel weg van een anesthesie die tijd koopt om de noodzakelijke saneringsoperatie door te voeren.
Terug naar Inhoud


Noordbeleggen753x244.jpg

Toelichting op streefcijfers activeren klanten met beleggingsverzekering
Bron: AFM
AFM-Info-sh450x200.gif

De AFM verwacht van verzekeraars en adviseurs dat zij tachtig procent van de klanten met een beleggingsverzekering bij hun hypotheek voor 1 januari 2015 hebben geactiveerd.
Dat blijkt uit een toelichting voor verzekeraars en adviseurs op het gebruik van streefcijfers die de AFM vandaag heeft gepubliceerd.
Eerder heeft de AFM de minister van Financiën op zijn verzoek geadviseerd over het gebruik van streefcijfers voor verzekeraars en adviseurs bij het activeren van klanten met een beleggingsverzekering.

Tweede Kamer
De Tweede Kamer heeft in september 2013 de minister van Financiën duidelijk gemaakt dat zij verwacht dat de inspanningen van verzekeraars en adviseurs om klanten te activeren niet beperkt blijven tot intenties. De Tweede Kamer verwacht concrete resultaten en heeft de minister gevraagd daarom streefcijfers voor het activeren vast te stellen. De AFM heeft daarop de minister van Financiën op zijn verzoek geadviseerd over de hoogte van streefcijfers voor het activeren van klanten met een beleggingsverzekering.
In zijn brief van 13 december 2013 aan de Tweede Kamer licht de minister het advies op hoofdlijnen toe en roept hij alle verzekeraars en adviseurs op om dit toe te passen bij de nazorg voor klanten met een beleggingsverzekering.

Eerste streefcijfer: 80% voor hypotheekpolissen
De AFM heeft bij het bepalen van streefcijfers gekeken naar voorbeelden in de markt. De AFM heeft voorbeelden gezien waarbij verzekeraars en adviseurs dankzij een intensieve aanpak een hoog percentage klanten hebben bereikt en geholpen.
Voorlopig heeft de AFM alleen een streefcijfer bepaald voor de groep beleggingsverzekeringen die bedoeld zijn voor de aflossing van een hypotheekschuld. In lijn met de succesvolle praktijkvoorbeelden heeft de AFM het streefcijfer vastgesteld op 80%.
Dit betekent dat de AFM ervan uit gaat dat verzekeraars en adviseurs 80 % van de klanten met een hypotheekgebonden polis in hun portefeuille voor 1 januari 2015 hebben geactiveerd.
Streefcijfers voor de overige klantgroepen verwacht de AFM in de loop van 2014 te geven als er meer zicht is op de eerste ervaringen met deze groep.

Activeren
Activeren betekent dat verzekeraars en adviseurs consumenten zo persoonlijk mogelijk benaderen, inzicht geven in de financiële situatie van hun polis (wat is het financiële gat tussen verwachte eindwaarde en doelkapitaal?) en ze een bewuste keuze laten maken over de toekomst van hun beleggingsverzekering, zodat zij later niet voor onaangename verrassingen komen te staan. Voor veel consumenten met een beleggingsverzekering geldt dat zij door hoge kosten en vooral ook door tegenvallende beleggingsrendementen niet genoeg met hun beleggingsverzekering opbouwen om straks de hypotheekschuld af te kunnen lossen. Om het vertrouwen van consumenten te herstellen, zullen verzekeraars en adviseurs naast de geboden compensatie consumenten ook moeten helpen bij het maken van een keuze wat zij nu met hun beleggingsverzekering gaan doen.

Meer: Lees hier de volledige toelichting
Terug naar Inhoud


RG_NH_ad_201109_753x202.jpg

Koersen lager na verlies wedstrijd
Bron: DNB
Watching_South_Africa_&_France_match_at_World_Cup_2010-06-22_in_Soweto_13-SH660x300.gif
Sportwedstrijden roepen vaak heftige emoties op. Eerder onderzoek toonde aan dat er beduidend minder aandelen werden verhandeld tijdens spannende sportevenementen (artikel "Voetbal op TV? Ook aandelenmarkten kijken mee" HCC Beleggen Nieuwsbrief 20120401). Nu blijkt na recent onderzoek dat deze emoties aandelenkoersen kunnen beïnvloeden, zelfs wanneer een hoge mate van rationele prijsvorming te verwachten valt. Dit inzicht is relevant voor zowel de praktijk als het academisch onderzoek.

Een fundamenteel debat
Economen debatteren voortdurend over de fundamentele vraag of aandelenprijzen puur op grond van rationele overwegingen tot stand komen. Tot de jaren '80 van de twintigste eeuw was het vrij gebruikelijk om aan te nemen dat aandelenprijzen puur rationeel worden bepaald. Steeds vaker werden echter vraagtekens bij dit uitgangspunt gezet, onder meer door de latere Nobelprijswinnaar Robert Shiller. Bij het tot stand komen van beurskoersen bleken steeds meer aspecten een rol te spelen, die vanuit een rationeel perspectief niet relevant geacht zouden zijn. Een nieuw onderzoeksveld, inmiddels bekend als behavioural finance, was geboren.

De emotionele belegger
Een belangrijke factor - die niet goed binnen het rationele raamwerk past, maar die toch een effect heeft op aandelenprijzen - is de schommeling in emoties van beleggers. Zo blijken beurskoersen gevoelig te zijn voor een scala aan factoren, zoals variaties in de hoeveelheid zonlicht, de veranderingen tussen zomertijd en wintertijd, en de uitslagen van sportwedstrijden. Zo zijn beleggers optimistischer wanneer hun voetbalteam goed heeft gepresteerd. Ook is het niet ongewoon dat beurskoersen dalen op de dag nadat het nationale elftal wordt uitgeschakeld op het wereldkampioenschap voetbal.

Uitschakeling drukt beurskoersen
Recent onderzoek laat nu zien dat emoties zelfs aandelenkoersen beïnvloeden, wanneer men juist een hoge mate van rationele prijsvorming zou mogen verwachten. Dit nieuwe onderzoek bestudeert de aandelenkoers van een bedrijf waarvan het aandeel in meerdere landen, waaronder Frankrijk en Italië, wordt verhandeld. Vervolgens wordt bekeken hoe de aandelenprijzen reageren op de uitschakeling van deze twee landen op het WK voetbal in Zuid-Afrika in de zomer van 2010. Te verwachten valt dat de beurskoersen in beide landen altijd zeer dicht bij elkaar liggen, omdat er anders mogelijkheden ontstaan voor beleggers om snel van koersverschillen te profiteren.
 
Het blijkt echter dat de beurskoers in het land dat dreigt te worden uitgeschakeld al tijdens de wedstrijd duidelijk lager ligt dan in het andere land. Zo speelde Frankrijk op 22 juni haar laatste groepswedstrijd tegen Zuid-Afrika. Bij rust keken de Fransen al tegen een 2-0 achterstand aan, waardoor uitschakeling dreigde. De stemming bij beleggers in Frankrijk sloeg om, waardoor de beurskoersen daalden. Figuur 1 toont hoe goed deze koersuitslag zichtbaar was voor het betreffende aandeel. Aan het einde van de handelsdag is er een sterke neerwaartse beweging in het prijsverschil tussen Parijs en Milaan, omdat de koers op de Franse beurs plotseling daalde.


Koersafwijkingen tijdens voetbalwedstrijden
grafiek-bulletin_tcm46-302845-SH520x374.gif
Noot: Deze figuur toont de gemiddelde prijsafwijkingen per uur tussen de aandelenkoersen van hetzelfde bedrijf op de beurs in Parijs en Milaan tussen 21 en 25 juni 2010. De twee grote uitschieters op 22 juni en 24 juni vallen samen met de wedstrijden waarin Frankrijk (FR) en Italië (IT) werden uitgeschakeld op het WK voetbal in Zuid-Afrika.

Ook wordt zichtbaar hoe een vergelijkbare koersafwijking optrad tijdens de wedstrijd waarin Italië twee dagen later werd uitgeschakeld. Op donderdag 24 juni speelde Italië tegen Slowakije, waarbij de Azzurri als snel tegen een 1-0 achterstand aankeken. Ook voor hen dreigde uitschakeling. In lijn hiermee daalde de koers op de beurs in Milaan, waardoor de prijs van het aandeel een fractie lager kwam te liggen dan de koers in Frankrijk. Deze afwijking is in de figuur zichtbaar door de uitschieter naar boven aan het einde van de handelsdag op 24 juni.

Het onderzoek illustreert zo dat aandelenprijzen niet altijd louter op grond van rationele overwegingen tot stand komen. Emoties kunnen van tijd tot tijd een belangrijke invloed hebben op aandelenmarkten.
Dit inzicht is relevant voor zowel de praktijk - waarin men er dus rekening mee moet houden als men zelf handelt - als voor het academisch onderzoek, wanneer men probeert een accurate beschrijving te geven van hoe financiële markten werken.
De recente Nobelprijs voor Economie werd gedeeld door prijswinnaars die zeer uiteenlopende ideeën hebben geuit over hoe markten werken. Eugene Fama ontving de Nobelprijs voor zijn idee dat markten efficiënt zijn, terwijl Shiller de prijs kreeg voor het feit dat hij vrijwel het tegenovergestelde stelde. Het onderzoek laat zien dat markten weliswaar vaak efficiënt kunnen werken, hetgeen aansluit bij Fama’s gedachtengoed, maar laat vooral zien dat we daar niet zonder meer vanuit mogen gaan.
Terug naar Inhoud


CoSAad_201109_753x202.jpg

De Lerende Economie van de WRR komt er alleen met nieuwe instituties
Bron: MeJudice
Wikipedia_mini_globe_handheld-SH440x377.gif
De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) kwam vorig jaar met een gedegen advies over de Nederlandse economie waarin het topsectorenbeleid niet gespaard wordt en een pleodooi gehouden wordt voor brede investeringen in kennis. Dat is een mooie boodschap, vindt de Utrechtse econoom Frenken, maar de WRR-aanbevelingen missen een politieke analyse. Binnen de huidige instituties zal het WRR-advies geen navolging vinden. Nieuwe instituties zijn nodig wil de droom van de WRR uitkomen.

Lerende Economie
Met het rapport "Naar een Lerende Economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland" heeft de WRR (2013) een gedegen onderbouwd advies geschreven over het economisch beleid in Nederland. Het beschouwt de geschiedenis van economisch beleid in Nederland, maakt Europese vergelijkingen, en komt tot heldere aanbevelingen voor de korte en langere termijn. De omvang en diepgang van het rapport spreken een duidelijke ambitie uit. Met dit rapport hoopt de WRR het economisch beleid blijvend te veranderen. Het topsectorenbeleid moet op de schop, en kennisontwikkeling in brede zin moet centraal staan.

WRR-evaluatie topsectorenbeleid
Hoewel het WRR-rapport doorspekt is van academische nuance en politieke fijngevoeligheid, is de boodschap helder: het huidige topsectorenbeleid, reeds tien jaar geleden ingezet onder Balkenende II met het innovatieplatform, mist elke grond. De kritiek van de WRR laat zich in vijf zinnen samenvatten:
  • het beleid richt zich op exportbevordering dat weer economische groei moet opleveren, terwijl de uitdagingen in de 21e eeuw juist maatschappelijk van aard zijn (vergrijzing, milieu, gezondheid, privacy, etc.)
  • het sectorale beleid komt vooral ten goede aan grote bedrijven in volwassen sectoren (“backing winners”), terwijl juist kleine, veelbelovende ondernemingen en nieuwe sectoren steun behoeven om succesvol te worden.
  • het beleid faciliteert incrementele innovatie binnen een sector, terwijl de markt juist faalt bij radicale innovatieprocessen op het raakvlak van verschillende sectoren
  • het beleid is gericht op industrie, terwijl de dienstensector de grootste sector is in de Nederlandse economie met de grootste uitdagingen om de arbeidsproductiviteit te verhogen.
  • het beleid kent geen helder kader waarbinnen innovatie-afspraken tot stand moeten komen, hetgeen tot enorme transactie- en coördinatiekosten leidt.
In haar analyse laat de WRR ook zien dat het innovatiebeleid in de landen om ons heen (Denemarken, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk) heel andere foci en instrumenten hanteren, die ook tot betere resultaten leiden. Het meest in het oog springend in de vergelijking is het Nederlandse falen in de ontwikkeling en het gebruik van duurzame technologie in vergelijking met de buurlanden.

WRR-aanbevelingen voor een nieuw economisch beleid
Het rapport komt tot een groot aantal aanbevelingen, die in concreto neerkomen op drie grote kwesties:

Maatschappelijke uitdagingen als uitgangspunt
Innovatiebeleid dient niet te worden gedefinieerd aan de hand van sectoren, maar aan de hand van maatschappelijke uitdagingen. Hiermee wordt de lobby van gevestigde partijen tegengegaan en krijgt het innovatiebeleid een steviger politiek en maatschappelijk mandaat. Ook zal het uitgangspunt van maatschappelijke uitdagingen als van nature leiden tot kruisbestuivingen tussen sectoren waar radicale innovaties vaker ontstaan, en sluit de regering hiermee veel nauwer aan bij het Duitse en Europese wetenschaps- en technologiebeleid.

De regio centraal in het innovatiebeleid
MeJudice_new_logo220x55.png

koen-frenken 120x160.gif

Koen Frenken (1972) is hoogleraar Innovatie- wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Hij is laureaat van de Marie Curie beurs van de Europese Commissie en de VIDI beurs van NWO. In zijn onderzoek bestudeert hij kennisproductie en technologische ontwikkeling vanuit een evolutionair perspectief. Hij is auteur van het boek Innovation, Evolution and Complexity Theory (2006, Edward Elgar) en redacteur van het boek Applied Evolutionary Economics and Economic Geography (2007, Edward Elgar). Frenken is actief als commissielid in de programmacommissie Complexity van NWO.
Innovatiebeleid dient gedecentraliseerd te worden naar regionale niveaus waar partijen elkaar gemakkelijker kunnen vinden en sneller kunnen inspelen op kansen en problemen. Brainport Eindhoven staat hierbij model, terwijl de regio Wageningen ook tot de verbeelding spreekt. En, aangezien de dienstensector doorgaans regionaal is georganiseerd, kan het innovatiebeleid logisch worden verbreed naar de dienstensector, en de relatie tussen industrie- en dienstensectoren.

Investeer in kennis in plaats van in sectoren
Zet niet zozeer in op specifieke technologie of sector, maar investeer in menselijk kapitaal dat werknemers en ondernemers in staat stelt op in te kunnen spelen op steeds veranderende economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Hiervoor dient eindelijk werk gemaakt te worden van life-long learning als wellicht het meest centrale element in de verzorgingsstaat van de 21ste eeuw.

WRR mist echter politieke analyse
Zo gesteld zal het WRR-rapport veel economen als muziek in de oren klinken. Overigens had het Nederlandse economengilde zich al meermalen kritisch uitgelaten over het conservatieve topsectorenbeleid. In plaats van innovatie te bevorderen, zou het vooral bestaande belangen bedienen. Ook de WRR zelf, bij monde van Nooteboom en Stam (2008), repte in een eerdere studie al van het failliet van het defensieve uitgangspunt van “backing winners”.

Echter, de gedegen economische onderbouwing van de WRR is tegelijkertijd ook de grote zwakte van de hele analyse. Het rapport vergeet hiermee de politieke hamvraag te stellen: waarom heeft Nederland nooit een kenniseconomie willen worden? Met andere woorden, de vraag is niet zozeer of economisch beleid conservatief zou moeten zijn – het antwoord is duidelijk nee – maar veeleer waarom het economische beleid conservatief is? Om een dergelijke vraag te beantwoorden dient met een historisch-institutionele analyse te maken van het politiek-economische bestel in Nederland. Dit ontbreekt helaas in het rapport.

Institutionele analyse van Nederland
Het begrip Varieties of Capitalism van Hall en Soskice (2001) biedt een goed handvat voor een eerste aanzet tot een institutionele analyse. Zij beschrijven de politiek-economische constellatie van een land als een samenstel van instituties die onderling complementair zijn. Zo kunnen landen als VS, VK en Australië met een Angelsaksisch bestel (lage belastingen, formele opleidingen, veel concurrentie, zwakke vakbonden, privaat onderwijs, hoge defensie-uitgaven) onderscheiden worden van landen met een Rijnlands model als Duitsland, Zweden, en Oostenrijk (hoge belastingen, veel samenwerking, sterke vakbonden, on-the-job training, publiek onderwijs, lage defensie-uitgaven). Beide systemen zijn coherent en werken over het algemeen goed, maar op verschillende wijzen. Het Angelsaksische model leidt tot meer radicale innovatie en concurrentiekracht in sectoren als ICT, de farmaceutische industrie en de dienstensector, terwijl het Rijnlandse model vooral tot incrementele innovatie leidt ten behoeve van een concurrerende maakindustrie.

Institutioneel gezien kan Nederland beschreven worden als een Rijnlands model met enkele Angelsaksische trekken zoals lage winstbelastingen voor (buitenlandse) bedrijven en een nadruk op formele training (Touwen 2006). Dit hybride model gaat logisch samen met een sterke exportoriëntatie, de hub-functie voor Europese hoofdkantoren, het aloude mainportbeleid, en een trans-Atlantische politieke loyaliteiten (Hellema 2001). Hierbij is niet zozeer innovatie maar loonpolitiek het gedeelde uitgangspunt in het Polderoverleg, terwijl lonen juist een gevolg zouden moeten zijn van innovatie c.q. productiviteit. Daarnaast worden de aardgasbaten van oudsher gebruikt om tekorten om de rijksbegroting te dichten in plaats van kennisinvesteringen voor de lange termijn (Giebels 2014).
Conservatieve structuur
Het gevolg van deze ongelukkige combinatie van instituties is dat Nederland een weinig innovatieve economische structuur heeft, die gedomineerd wordt door (transport)diensten en enkele historisch gegroeide – en doorgaans weinig dynamische– bedrijfstakken (voedsel, chemie, energie). Het label 'topsector' dat aan deze sectoren gehangen wordt is geenszins logisch: recente cijfers die laten zien dat, per saldo, de topsectoren slechts een gemiddelde toegevoegde waarde per werknemer kennen (CBS 2013).

De afgelopen 10 jaar heeft innovatiebeleid geen verandering kunnen aanbrengen in het innovatievermogen van Nederland. Integendeel, de private R&D uitgaven zijn de afgelopen tien jaar juist gedaald tot minder dan 1 procent van het BBP. Ook het totaal aan private en publieke R&D uitgaven beslaat nog steeds minder dan 2 procent van het BBP. De uitgaven zijn hiermee vergelijkbaar met het Verenigd Koninkrijk en China (!), en veel lager dan landen als België, Duitsland, Frankrijk, Denemarken, Zweden en Finland (HCSS/TNO 2012).
Polder opnieuw uitvinden
In dit licht is het topsectorenbeleid geen springplank naar een volwaardige kenniseconomie, maar een herhaling van zetten binnen de reeds bestaande instituties. Het richt zich op volwassen bedrijfstakken waarin enkele multinationals hun R&D uitgaven voor een steeds groter deel publiek gefinancierd krijgen. De dienstensector wordt gereduceerd tot logistiek als topsector, terwijl voor de creatieve industrie slechts een fooi beschikbaar is. Ook de late toevoeging van het “topteam hoofdkantoren” is exemplarisch voor de wijze waarop het adagium Nederland-Handelsland wordt uitgedragen. En, helaas, de aardgasbaten komen nog steeds niet ten goede aan de kennisinfrastructuur. Nederland dreigt zo de slag te missen in de sleutelgebieden van de toekomst, zoals de duurzame energie, nieuwe materialen, 3D-printing, en ICT.

De aanbevelingen die de WRR doet zullen niet automatisch navolging vinden, juist omdat zij ingaan tegen de bestaande polderinstituties. Zo zullen bestaande bedrijfsbelangen niet gediend zijn met het voorop stellen van maatschappelijk uitdagingen, omdat deze uitdagingen transities uitlokken waarin huidige winnaars toekomstige verliezers kunnen zijn (“creatieve destructie”). En zo past het voorgestelde decentraliseren van beleid naar de regio’s wel in een dynamische kenniseconomie, maar niet in het bestaande handelsparadigma waarin een gemeenschappelijk buitenlands beleid en grootschalige transportinfrastructuren de nationale belangen het beste zouden dienen.

Ondanks de platgetreden paden die het Polderlandschap doorkruisen, heeft ditzelfde Poldermodel eerder wel bewezen om strategische keuzen te kunnen maken (Van Bavel 2010; WRR 2013). De arbeidsmarkt en sociale zekerheid zijn de afgelopen dertig jaar grondig hervormd, en met succes. En hoewel de polderinstituties momenteel eerder problemen veroorzaken dan bijdragen aan oplossingen, is er geen reden om aan te nemen dat het Poldermodel zou verdwijnen (Touwen 2006). De vraag is veeleer hoe het Poldermodel zichzelf opnieuw kan uitvinden om daadwerkelijk de keuze te maken voor een breed gedragen kenniseconomie. Op nationaal niveau, bijvoorbeeld, zou de SER zou zich kunnen ontwikkelen tot hét platform voor kennis en duurzame ontwikkeling (Van Bavel 2010). En vakbonden zouden het voortouw moeten nemen in innovatie en scholing, waar deze agenda nu door het (groot)bedrijf wordt gedomineerd.

Op lagere schaalniveaus is institutionele vernieuwing al wel zichtbaar (Lagendijk 2013; Uitermark 2014). Gemeenten, provincies, kennisinstellingen en lokale bedrijven trekken nadrukkelijk de innovatieagenda naar zich toe met een rijk palet aan overlegstructuren en financieringsprogramma’s. Daarnaast zijn er steeds meer burgerinitiatieven die maatschappelijke doelen koppelen aan innovatie en ondernemerschap. Deze bewegingen brengen de benodigde variëteit aan oplossingsrichtingen met zich mee, waarmee processen van radicale innovatie gediend zijn. Interessant is dat deze lokale innovatie-initiatieven steeds serieuze vormen aannemen ondanks – of wellicht dankzij – het ontbreken van een expliciet ruimtelijk economische rijksbeleid.
WRR-advies kan niet zonder omwenteling
De “lerende economie” die WRR voor ogen zal niet zonder horten of stoten kunnen ontstaan. Hiervoor zijn breed gedragen politieke en maatschappelijke omwentelingen nodig, en op meerdere terreinen tegelijk (onderzoek, onderwijs, milieu, gezondheidszorg, buitenlandse betrekkingen). De geschiedenis moge duidelijk maken dat de meer fundamentele institutionele verschuivingen niet door politici of rapporten in gang worden gezet. Het zullen decentrale initiatieven en nieuwe bewegingen zijn, die de Haagse politiek zullen dwingen ooit de bakens te verzetten.
Referenties: zie hele artikel op website MeJudice
Terug naar Inhoud


  IG: Computerbeleggersgroep-ZH
zh230x180.jpg HCC Beleggen IG Computerbeleggersgroep-ZH in de regio Zuid HollandSinds de oprichting in 2002 houden wij ons bezig met “Beleggen met behulp van de computer”. Het accent ligt daarbij op het vergroten van de kennis van het ontwikkelen en exploiteren van handelssystemen. Deze zijn vooral gebaseerd op methoden uit de kwantitatieve en statistische analyse. Uiteraard wordt daarbij ook aandacht besteed aan ondersteunende software. Regelmatig besteden we echter ook aandacht aan andere vormen van beleggen zoals Fundamentele analyse. Daarbij gaan we altijd uit van het beschrijven en bespreken van een gestructureerde aanpak die gebaseerd is op objectieve grondslagen. 
Wij komen 9 keer per jaar bijeen. Afwisselend in Berkel & Rodenrijs en Delft.
Klik hier voor meer info    Contactadres: Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Meedoen kan
Bron: Redactie HCC Beleggen
De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggersymposia die we tweemaal per jaar houden in De Bilt.

actieveleden_gezocht_sh400x236.gifMet name voor de organisatie van deze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming van onze symposia. Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten.

Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing, met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden.
Ook deelname aan redactie van de website, de nieuwsbrieven, het beheren van het forum of website of delen daarvan behoort tot de mogelijkheden.

Ook zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan een van de Regio- of Belangstellingsgroepen.

Ben je enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan contact op met Michel Hupkens Klik Hier 
Terug naar Inhoud


Agenda
Bron: HCC Beleggen redactie


De HCC Beleggen Kalender op onze website en  deze Agenda zijn inmiddels een begrip onder beleggers in Nederland en België geworden. Voor veel andere sites zijn wij de de facto bron van informatie.
Toch zijn nog niet alle events in onze Agenda opgenomen. Daarom willen we ook aanbieders van seminars, cursussen en beleggersbijeenkomsten in de gelegenheid stellen, zelf hun events aan te kondigen, zowel op ons forum als in onze nieuwsbrieven. Plaatsing van (vrij toegangkelijke) educatieve bijeenkomsten zijn kostenloos.
(Bijeenkomsten met een educatief karakter welke niet gratis toegankelijk zijn danwel
bijeenkomsten met een niet uitsluitend educatief karakter kunnen onder voorwaarden ook in onze agenda opgenomen worden. Wilt u meer weten neemt u dan even contact  op met de redactie)
Terug naar Inhoud


Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.
 
< Vorige   Volgende >

http://www.beleggersonline.nl/ Validated by HTML Validator (based on Tidy) © 2017 Hcc Beleggen Website