HCC Beleggen Banner Advertisement
Menu
Voorpagina
HCC Beleggen
Symposia
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief(archief)
Artikelen
Beleggers Info
Downloads
Sitemap


Voorpagina arrow Nieuwsbrief(archief) arrow Nieuwsbrief20160201
Nieuwsbrief20160201
..
HCC-Beleggen-Nieuwsbrief-logo.gif
Februari 2016
..

Hoe te beleggen in turbulente tijden?
logo66-final-740x188.png
Dit beleggingsjaar kenmerkt zich door een turbulente start.
Op het komende 66ste symposium zal deze turbulentie de rode draad zijn.

Wilt u, zoals een van de bekende beleggingsadviseurs recent aanbeval, alles in cash stoppen of moet u juist vasthouden aan uw beleggingsplan?
Of wilt u iets geheel nieuws toevoegen aan u beleggingen zodat u een grotere diversificatie krijgt?

Op deze en andere zaken zullen de sprekers, elk vanuit hun eigen invalshoek, ingaan. Ze spreken over de markt turbulentie en op manieren hoe daar mee om te gaan.
Door een  diversiteit van sprekers zult u met een groot aantal, vaak van elkaar verschillende, ideeën naar huis gaan. U kunt deze dan zelf direct, afhankelijk van uw eigen situatie, inpassen en toepassen in uw beleggingen.

Ook zijn er zoals altijd weer een groot aantal leveranciers aanwezig die u graag wegwijs maken in de door hun geboden diensten. Als altijd is het HCC Beleggen symposium in De Bilt bij uitstek geschikt, mede door de locatie, om de door u in de loop van de jaren opgedane contacten aan te halen en nieuwe contacten te leggen.
Zet alvast in uw agenda:
  2 april 2016 66 ste HCC Beleggensymposium



^  Inhoud


Afzetprijzen industrie lager maar producenten blijven positief
Bron:  CBS
cbsartikelkop730x97.gif

De afzetprijzen van de Nederlandse industrie waren in december 5 procent lager dan in december 2014.  De prijsdaling van olie op jaarbasis was in december wat kleiner dan in november.
Het vertrouwen van de industriële ondernemers is in januari licht toegenomen. Sinds oktober 2014 hebben positief gestemde ondernemers de overhand.

Afzetprijzen industrie lager

In november 2015 waren de prijzen bijna 7 procent lager dan een jaar eerder. Opnieuw waren vooral de olieprijs en de prijzen in de aardolie-industrie sterk gedaald, aldus CBS.
Afzetprijzen-industrie-20160130SH640x400.png
Lagere olieprijzen, lagere afzetprijzen
De olieprijs is sinds 2013 bijna onafgebroken lager dan een jaar eerder. In december kostte North Sea Brent olie bijna 36 euro per vat. Dat is 30 procent minder dan in december 2014. In november kostte een vat olie bijna 43 euro, 33 procent minder dan een jaar eerder.

Producten van de aardolie-industrie waren in december 24,4 procent goedkoper dan in december 2014. Een maand eerder was de prijsdaling 28 procent. Het prijsverloop in deze sector is sterk gecorreleerd aan de prijsontwikkeling van ruwe aardolie. Exclusief de aardolie-industrie komt de prijsdaling in de industrie uit op 2,4 procent.

De prijzen van de producten van de chemische industrie waren 9,4 procent lager dan een jaar eerder. Producten van de voedingsmiddelenindustrie waren ruim 1 procent goedkoper dan een jaar eerder. Verder waren de prijzen van de producten van de basismetaalindustrie bijna 5 procent lager. Ook metaalproducten waren in december wat goedkoper dan een jaar eerder.

Daarentegen waren producten van de machine-, de auto- en de kunststof- en rubberindustrie iets duurder dan een jaar eerder.
Afzetprijzen-industrie-naar-bedrijfstak-20160130SH640x585.png
De acht genoemde bedrijfsklassen in de grafiek zijn samen goed voor 80 procent van de industrie.

Producten industrie in december goedkoper dan in november
Bezien van maand op maand daalden de afzetprijzen van de industrie. In december waren producten van de industrie gemiddeld 2,2 procent goedkoper dan in november. De prijzen op de buitenlandse markt daalden met 2,6 procent wat sterker dan de prijzen op de binnenlandse markt (-1,9 procent). De olieprijzen daalden in december aanzienlijk ten opzichte van november.
index-afzetprijzen-industrie20160130SH640x355.png
Producenten blijven positief
Ze waren vooral positiever over de voorraden en de orderportefeuille. De indicator van het producentenvertrouwen ging van 3,0 in december naar 3,2 in januari. De producenten in de hout- en bouwmaterialenindustrie zijn het meest positief.
Het vertrouwen van de industriële producenten ligt nog steeds ruim boven het gemiddelde van de afgelopen twintig jaar (0,4). Het vertrouwen van de ondernemers bereikte in januari 2008 de hoogste waarde (9,4) en ruim een jaar later de laagste waarde (-23,5).


Industrie positiever over voorraden en orderportefeuille

Producenten in de industrie waren in januari positiever over hun voorraden gereed product en de orderportefeuille. Daarentegen waren ze minder positief over de productie in de komende drie maanden.

De drie deelindicatoren van het producentenvertrouwen blijven positief. Zo zijn er meer ondernemers die verwachten dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen dan ondernemers die een afname van de productie voorzien. Het aantal ondernemers dat de orderpositie groot vindt, heeft de overhand op het aantal ondernemers dat de orderportefeuille klein acht, gelet op de tijd van het jaar. Het aantal ondernemers dat hun voorraad eindproduct als te klein beschouwt ten slotte is nog steeds groter dan het aantal dat de voorraden te groot vindt.

Producenten hout- en bouwmaterialenindustrie meest positief
Producenten uit de hout- en bouwmaterialenindustrie zijn het meest positief, gevolgd door de ondernemers in de papier- en grafische industrie. Ondernemers in de hout- en bouwmaterialenbranche zijn vooral positief over de verwachte productie. Daarentegen zijn ondernemers in de transportmiddelenindustrie negatiever dan in december.
producentenvertrouwen-industrie20160130SH640x370.png

Industrie positiever over voorraden en orderportefeuille
Producenten in de industrie waren in januari positiever over hun voorraden gereed product en de orderportefeuille. Daarentegen waren ze minder positief over de productie in de komende drie maanden.

De drie deelindicatoren van het producentenvertrouwen blijven positief. Zo zijn er meer ondernemers die verwachten dat hun productie de komende drie maanden zal toenemen dan ondernemers die een afname van de productie voorzien. Het aantal ondernemers dat de orderpositie groot vindt, heeft de overhand op het aantal ondernemers dat de orderportefeuille klein acht, gelet op de tijd van het jaar. Het aantal ondernemers dat hun voorraad eindproduct als te klein beschouwt ten slotte is nog steeds groter dan het aantal dat de voorraden te groot vindt.

Producenten hout- en bouwmaterialenindustrie meest positief
Producenten uit de hout- en bouwmaterialenindustrie zijn het meest positief, gevolgd door de ondernemers in de papier- en grafische industrie. Ondernemers in de hout- en bouwmaterialenbranche zijn vooral positief over de verwachte productie. Daarentegen zijn ondernemers in de transportmiddelenindustrie negatiever dan in december.
Producentenvertrouwen--bedrijfsklassen-20160130SH640x640.png
Industrie produceerde in november meer dan jaar eerder
Een paar weken geleden meldde CBS dat de gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie in november 2,3 procent hoger lag dan in november 2014. Vooral de aardolie-, chemische, rubber- en kunststofindustrie produceerden aanzienlijk meer.



^  Inhoud


2016 wederom het jaar van de small- en midcaps?
Bron:  Gerard Jager
smallcap-SH260x240.gif


Het jaar 2015 is vrij teleurstellend verlopen voor beleggers die gekozen hebben voor aandelenindex- trackers of een mandje hoofdfondsen. Met name degenen die zijn blijven zitten in fondsen als Arcelor Mittal, Delta Lloyd, Shell, Fagron en Altice.


Ik heb begin 2015 gekozen voor Nederlandse small- en midcaps. Waarom? Deze plegen op langere termijn aanzienlijk beter te presteren dan de hoofdfondsen. Met name Hoog Dividend aandelen in dat segment. Slechts in tijden van krachtig beursherstel na een flinke beursdip plegen Fallen Angels onder de hoofdfondsen meer dan gemiddeld te presteren. Tijdelijk dus.

Beleg in Small value
Kijk eens naar onderstaande grafiek. Uit een brokerrapport gehaald in 2013. De grafiek zelf behelst de Londense beursindex over een periode van 50 jaar en eindigend in 2001.
GR-J-graf-SH740x425.png
Wat zien wij hier precies?
De rode lijn in de Londense hoofdindex. Start = 1. Stand na 50 jaar 444. “Best netjes” zult u misschien zeggen.
De zwarte stippellijn daaronder betreft de grotere “groei aandelen”. Dus zeg maar DSM, Heineken, ASML, enz. Maar ook Imtech en Arcadis. Fondsen waar beleggers in de goede jaren zelfs verliefd op konden worden.

Dus relatief dure aandelen bij een laag dividendrendement.
In de vijftiger jaren is naast Robeco, zusterfonds Rolinco opgericht met een tweeledig doel; A: beleggen in groeifondsen en B: beter presteren dan Robeco. Robeco was toen een Waardefonds.
In de jaren daarna bleek, dat Rolinco gemiddeld slechter presteerde dan Robeco. Van Rolinco horen wij dan ook niets meer….
Waarom presteren Groei aandelen gemiddeld ondermaats? In goede jaren betalen beleggers hiervoor een relatief hoge koers. Op zeker moment gaat er iets mis, bijvoorbeeld bij Arcadis. Niets rampzaligs, maar de koers kan wel gevoelig omlaag gaan.
Er is niets op tegen om in groeiaandelen te beleggen voor de kortere termijn. Op langere termijn zal een mandje groeifondsen de index niet bijhouden is de conclusie van bovengenoemde grafiek.

De blauwe lijn betreft de kleinere groeifondsen. Die houden de index wel bij.

De groene lijn heeft betrekking op de grote Hoog Dividend aandelen. In dit plaatje over 50 jaar scoren zij vijf maal zo veel als de index.

Tenslotte de gele lijn. Dat zijn Hoog Dividend aandelen in de sfeer van small- en midcaps. Stand na 50 jaar liefst 8000!

Bij dit soort getallen zou men niet meer tevreden moeten zijn met het mogelijk te behalen rendement op aandelenindextrackers.
Behaalde resultaten in het verleden bieden natuurlijk geen garantie voor de toekomst. Het enige wat ik met dit plaatje heb willen aantonen is dat u op langere termijn het beste af bent met small- en midcaps.
Niet zo verwonderlijk. Immers kleine- tot middelgrote ondernemingen groeien op langere termijn nu eenmaal sneller dan de meeste hoofdfondsen.

Hoe dit doel te bereiken?
A: door zelf te beleggen in small- en midcaps. Met name fondsen die veel dividend uitkeren én bovendien dividendgroei laten zien. Enige namen: Beter Bed, Acomo, KasBank en TKH Group. Wilt u meer weten, neem een gratis proefabonnement op de nieuwsbrieven van AdvanceBeleggen.nl .

B: via een gespecialiseerd beleggingsfonds. Eén van de meest succesvolle in de afgelopen vijf jaar was Standard Life European Smaller Companies Fund. Behaald rendement over de laatste vijf jaar 96%.

Samensteller: Gerard Jager. Zijn achtergronden zijn vermogensbeheerder bij de ING, resp. Hoofd Beleggingsvoorlichting van Fortis NL. In 2003 heeft hij AdvanceBeleggen.nl. opgericht. Voorts is hij goeroe van De Telegraaf (www.dft.nl) en vermogensbeheerder bij Onafhankelijk Vermogensbeheer ’s-Gravenhage b.v.  ( www.ovgbeheer.nl ).
Jager schrijft zijn columns op persoonlijke titel. Vermogensbeheerrelaties van Jager hebben in beginsel een longpositie in beleggingen die hij aanbeveelt. De informatie in deze column is niet bedoeld als persoonlijk beleggingsadvies of als aanbeveling aan de lezer tot het doen van bepaalde beleggingen.
Uw reactie is welkom  op Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken




^  Inhoud


Enkele (altijd) actuele quotes van Warren Buffett
Bron: Hendrik Oude Nijhuis
boek-warren-buffetSH200x260.png
Van echte paniek is misschien nog net geen sprake maar heel veel scheelt het onderhand niet meer.

De AEX is meer dan 20% gedaald vergeleken met de piek van vorig jaar. Olie werd in minder dan twee jaar ruim 70% goedkoper, de Chinese beurs keldert aldaar verder en de Amerikaanse Dow Jones kreeg een recordslechte start van het jaar te verduren.

Wanneer aandelenmarkten alsmaar dalen lijkt het op een gegeven moment verstandig aandelen in de uitverkoop te doen en te wachten op betere tijden.
Maar is dat eigenlijk wel zo verstandig?
Ik selecteerde een aantal aansprekende quotes van Warren Buffett die beleggers beter ter harte nemen…

Focus altijd op de lange termijn
"If you aren't willing to own a stock for ten years, don't even think about owning it for ten minutes. Put together a portfolio of companies whose aggregate earnings march upward over the years, and so also will the portfolio's market value."

"Over the long term, the stock market news will be good. In the 20th century, the United States endured two world wars and other traumatic and expensive military conflicts; the Depression; a dozen or so recessions and financial panics; oil shocks; a flu epidemic; and the resignation of a disgraced president. Yet the Dow rose from 66 to 11,497."

Hendrik-Oude-Nijhuis-120x160.jpg
Hendrik Oude Nijhuis

Auteur, oud bestuurslid HCC Beleggen en BSC Duitenberger.
Oprichter Warrenbuffet.nl
Hendrik Oude Nijhuis heeft Management, Economics & Law aan de Universiteit Twente gestudeerd en heeft zich jarenlang verdiept in de strategieën van ‘s werelds beste beleggers. Zijn bestseller over Warren Buffett is via de website http://www.warrenbuffett.nl/ gratis beschikbaar. Deze column is niet bedoeld als individueel advies tot het doen van beleggingen.
Prijs is wat anders dan waarde
"Long ago, Ben Graham taught me that 'Price is what you pay; value is what you get.' Whether we are talking about socks or stocks, I like buying quality merchandise when it is marked down."
"For some reason, people take their cues from price action rather than from values. What doesn't work is when you start doing things that you don't understand or because they worked last week for somebody else. The dumbest reason in the world to buy a stock is because it's going up."
Laat u niet meeslepen door emoties
"Look at market fluctuations as your friend rather than your enemy; profit from folly rather than participate in it."

"The most important quality for an investor is temperament, not intellect. You need a temperament that neither derives great pleasure from being with the crowd or against the crowd."

"Unless you can watch your stock holding decline by 50% without becoming panic-stricken, you should not be in the stock market."

"We simply attempt to be fearful when others are greedy and to be greedy only when others are fearful."



^  Inhoud


Groen licht voor een sterker IMF
Bron:  DNB.nl 28 jan 2016
imf_logo300x300.png


Het IMF staat aan de vooravond van een historische verdubbeling van zijn eigen middelen tot meer dan EUR 600 miljard.
Ook krijgen opkomende landen meer invloed binnen het Fonds.
Tegelijkertijd worden de regels waaronder het IMF hulp mag bieden aan landen in betalingsproblemen flexibeler en veiliger.
Dit totaalpakket, dat na de recente ratificatie door de VS definitief is, maakt het IMF representatiever en effectiever.


Patstelling in de VS doorbroken
De definitieve goedkeuring van de IMF-hervormingen heeft een aantal jaren op zich laten wachten, omdat het Amerikaanse Congres er lange tijd niet over eens kon worden. Het stemaandeel van de VS binnen het IMF geeft haar een veto bij belangrijke beslissingen. Instemming door de VS is daarom een vereiste om de al in 2010 overeengekomen hervormingen van het IMF ook daadwerkelijk door te voeren. Hoewel de Amerikaanse regering het akkoord onophoudelijk heeft gesteund was de complexe verhouding tussen Democraten en Republieken een obstakel. Het Amerikaans Congres kon pas in december 2015 instemmen. Volgend op formele ratificatie door de VS eind vorige week heeft het IMF op 26 januari vastgesteld dat zijn grote moderniseringsslag in werking kan treden. 

Slagkracht van het IMF verdubbelt
Kern van de hervormingen is een verdubbeling van de eigen middelen van het IMF, zogenoemde quota, die de leden gezamenlijk inbrengen. Figuur 1 laat zien dat de eigen middelen als percentage van het mondiale BBP waren afgenomen van ongeveer 1% naar minder dan 0,5% in 2014. De quota-verdubbeling die nu in werking treedt zorgt ervoor dat de eigen middelen weer op een niveau van 0,9% terechtkomen. Dit is vergelijkbaar met de omvang na eerdere substantiële quota-ophogingen in 1978, 1990 en 1999. 

De quota-ophoging maakt het IMF minder afhankelijk van geleende middelen. Een kleine groep van ongeveer 40 landen, waaronder Nederland, heeft in de nasleep van de financiële crisis grote leningen verstrekt aan het IMF om de geloofwaardigheid van het IMF als mondiaal vangnet te waarborgen. Deze leningen zijn echter geen vanzelfsprekendheid en doen bovendien afbreuk aan het quota-gebaseerde karakter van de besluitvorming en risicodeling binnen het IMF. Als onderdeel van de hervormingen worden de geleende middelen daarom verminderd met het bedrag waarmee de quota toenemen. 
grafiek-IMF_tcm46-336751.png
Grafiek 1: Omvang Eigen middelen van het IMF (1960 - heden) Als percentage van het mondiale BBP

Meer invloed voor opkomende economieën
De quota-verdubbeling maakt ook een verschuiving in quota-aandelen richting opkomende economieën mogelijk. Het quotum dat een land bij het IMF moet inleggen bepaalt namelijk het stemgewicht. Opkomende economieën zijn in de afgelopen decennia snel gegroeid en spelen een grotere rol in de wereldeconomie. Dit kwam echter onvoldoende tot uiting in de verhoudingen binnen het IMF, waar de VS en Europese landen dominant zijn. De hervormingen brengen de stemverdeling beter in balans. China ziet bijvoorbeeld zijn stemgewicht toenemen van 4 naar 6,4 procent en wordt daarmee het op twee-na-grootste lid van het Fonds. Hoewel het Nederlandse stemgewicht iets afneemt, behoort het nog altijd tot de invloedrijkste landen binnen het IMF. 

Flexibelere maar ook veiligere leenvoorwaarden
De VS heeft bereikt dat de hervormingen van het IMF gepaard gaan met een wijziging van de regels waaronder wordt besloten over leningen aan landen in financiële problemen. Nederland steunt deze aanpassingen. 

Tijdens de crisis is gebleken dat niet altijd met grote zekerheid kan worden vastgesteld of sprake is van houdbare overheidsfinanciën. Tot 2010 mocht het IMF alleen omvangrijke leningen verstrekken aan landen waar met grote zekerheid sprake was van schuldhoudbaarheid. Was dit niet het geval, dan moest eerst de houdbaarheid volledig hersteld worden, bijvoorbeeld via een schuldherstructering waarmee de hoofdsom of de rente op uitstaande schuld met een bepaald percentage wordt verlaagd. In 2010 concludeerde het IMF dat dit beleid te star was voor landen waar de schuldhoudbaarheid een twijfelpunt is. Een herstructurering heeft namelijk grote consequenties en moet niet onnodig toegepast worden. Er kwam daarom een uitzondering voor situaties waarbij een herstructurering tot systeemrisico’s leidt. Dit nieuwe beleid had echter als nadeel dat de uitzondering neerkwam op  een voorkeursbehandeling van landen van wie de staatsschuld zo groot is dat herstructurering tot systeemrisico’s leidt. Daarnaast bevatte de uitzondering geen bijkomende voorwaarden ter bescherming van het IMF en creëerde deze een ontsnappingsroute voor private crediteuren. 

De uitzonderingsregel is nu vervangen door een algemene mogelijkheid om IMF-financiering te verstrekken in het geval een land zich in het grijze gebied bevindt. Dit mag echter alleen gebeuren indien private crediteuren aan boord blijven – bijvoorbeeld via looptijdverlenging van obligaties – of andere officiële crediteuren steun bieden. De schuldhoudbaarheid kan zodoende te allen tijde verbeterd worden. Het raamwerk is eerlijker omdat het van toepassing is op alle landen en beleggers in overheidsschuld de dans niet zomaar meer kunnen ontspringen. Voor het IMF zijn de leenvoorwaarden veiliger omdat vooraf zeker wordt gesteld dat andere partijen financiering blijven verstrekken en de risico’s kunnen opvangen. 

Meer aanpassingen in het vooruitzicht
De moderniseringsslag van het IMF is echter nog niet klaar. Zo heeft Europa eerder toegezegd twee zetels in het IMF- bestuur in te leveren om plaats te maken voor opkomende economieën. Nederland en België hebben in 2012 al een grote stap gezet door hun stoelen te laten fuseren. Ook de Scandinavische landen en Zwitserland hebben binnen hun kiesgroepen een bijdrage geleverd. Andere Europese landen moeten nu het resterende deel van de stoelenreductie leveren. Verder gaat het IMF de komende tijd opnieuw beoordelen of de fondsomvang en quota-verdeling toereikend is. Het IMF blijft zodoende werken aan een toekomstbestendig vangnet dat een weerspiegeling vormt van mondiale economische krachtsverhoudingen.



^  Inhoud


Schroders ziet kansen na harde koersdalingen Azie
Bron:  Analist.nl
parbrook120x160.png

Behalve de volatiliteit op de markten is er niet veel veranderd in China.

Maar de onrust schept wel kansen in deze regio, stelt Robin Parbrook, Hoofd Aandelen Azië ex-Japan bij Schroders.
Het groeiend aantal slechte leningen, ineenstortende aandelenmarkten in Azië en onrust in China, bieden een koopkans nu eindelijk de economische cyclus in beweging komt en ’creatieve vernieling’ optreedt.

De Chinese munt is verantwoordelijk voor de recente opleving van de crisisstemming rond China. De vrees neemt toe dat de autoriteiten de controle verliezen over de valutakoers en als gevolg daarvan de kapitaalvlucht toeneemt.

Afgelopen december is 108 miljard US dollar weggevloeid. De Chinese vreemde valutareserves nemen verder af en naderen nu de kritische grens van 3000 miljard US dollar.

Alle langetermijnbelggers weten dat het onmogelijk is om een onafhankelijk monetair beleid te voeren én een gekoppelde wisselkoers tegelijk te hebben. Uit angst voor kapitaalvlucht tracht de Chinese centrale bank de renminbi stevig overeind te houden door volop te interveniëren: US dollars worden verkocht en renminbi's aangekocht. Gevolg is een sterke daling van de valutareserves.

Desondanks daalt de renminbi gestaag. Dat is niet bevorderlijk, zeker niet als China zich probeert te ontworstelen aan een reusachtige kredietbubbel. Dat wekt twijfel over het fragiele financiële systeem en leidt tot een forse uitverkoop van risicovolle activa.

Wat nu?
Als de kapitaalvlucht aanhoudt, kunnen de gevolgen zeer ingrijpend zijn. Welke opties hebben de autoriteiten nog tot hun beschikking? Een ding is zeker, de dalende aandelenkoersen nemen de valse overtuiging weg, dat de beleidsmakers alle problemen wel zullen oplossen.

Parbrook verwacht een verdere daling van de renminbi, slechte leningen komen aan het licht en de nominale economische groei zakt onder de 5%. Verdere dalingen op de aandelenmarkten en volatiliteit op de obligatiemarkt in China valt te verwachten.

Nog altijd acht Parbrook een grote financiële crisis in China onwaarschijnlijk, tenzij er grove beleidsfouten en er geen duidelijke keuzes worden gemaakt.

Kansen gloren temidden van de paniek
Nu de markten de doemscenario’s voor China inprijzen en de paniek om zich heen grijpt, is de tijd rijp om de blootsteling aan aandelen uit de regio in de portfolio te verhogen, aldus Parbrook. De vooruitzichten voor de regio mogen er dan wel slecht uitzien, maar een nieuwe financiële crisis verwacht hij niet.

Uiteindelijk hebben de Aziatische economieën baat bij lagere prijzen voor grondstoffen en zijn de Aziatische aandelenmarkten op het niveau van 2011 teruggekeerd.

Een verdere daling van de Aziatische aandelenmarkten wil Parbrook gebruiken om te beleggen in kwalitatieve bedrijven. Blue chips in Taiwan en Hong Kong - veelal in Azië genoteerde wereldwijd vooroplopende bedrijven op het gebied van productie en technologie – zijn aantrekkelijk.

De situatie is niet rooskleurig en China is echt in een lastige positie, maar de beleggers moeten zich realiseren dat er in Azië geen verband is tussen de groei van het BBP en het aandelenrendement.



^  Inhoud


Te weinig informatie over fondsbeheerders
Bron: Morningstar
De stormachtige opkomst van ETF’s dwingt actief beheerde beleggingsfondsen om hun meerwaarde duidelijker zichtbaar te maken aan beleggers. Uit onderzoek van de VEB en Morningstar blijkt dat er op het gebied van informatie over fondsmanagers nog een wereld te winnen valt.

MorningstarLogo-Header.gif

Niels-Faassen-Morningstar-20150319-120x160.gif

Niels Faassen, Analist Beleggingsfondsen bij Morningstar
 
Na zijn studie Financial Economics aan de Radboud universiteit Nijmegen is hij inmiddels ruim negen jaar werkzaam in de  beleggingsindustrie onder andere voor SNS REAAL en ABN AMRO. Sinds 2012 werkt Niels als fondsanalist bij Morningstar. Voor Morningstar beoordeelt hij beleggingsfondsen op kwalitatieve criteria en voorziet ze van een Morningstar Analyst Rating.
Waarom zou je als belegger een actief beheerd beleggingsfonds verkiezen boven een goedkoper indexvolgend fonds (ETF)? Het antwoord op die vraag is eenvoudig: omdat je denkt dat een gerenommeerd team van beleggingsprofessionals in staat is om succesvoller te beleggen dan de markt. Het rendement van een indextracker is immers in theorie gelijk aan dat van een bepaalde markt (index) min de kosten die in rekening worden gebracht. Logischerwijs weten lang niet alle actieve beleggingsfondsen de markt te verslaan. Het is de uitdaging voor een fondsmanager om beleggers ervan te overtuigen dat zijn kennis, kunde en ervaring de kans op een bovengemiddeld rendement vergroot, waardoor het voor diezelfde beleggers loont om hogere kosten te betalen.

Toevalstreffers
Inmiddels is de meeste beleggers wel duidelijk dat de in het verleden behaalde rendementen maar een deel van het verhaal vertellen. Fondsaanbieders moeten beleggers uitleggen waarom eerdere successen geen toevalstreffers waren of benedengemiddelde prestaties juist wel. Uitgebreide en gemakkelijk vindbare informatie over de fondsmanager zelf, zijn ervaring en betrokkenheid en de manier waarop hij het hem toevertrouwde geld investeert, is wel het minste wat beleggers mogen verwachten.

Beterschap?
Uit een onderzoek dat de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) in 2013 deed in samenwerking met Morningstar, bleek dat de informatievoorziening over beheerteams bij veel fondsaanbieders onvoldoende was. Een aantal fondshuizen beloofden toen hun leven te beteren en transparanter te worden.
Om te zien of die woorden in daden zijn omgezet, heeft de VEB, in samenwerking met Morningstar, tientallen websites, factsheets en jaarverslagen uitgeplozen, op zoek naar informatie. Deze keer keken we naar de twintig meest relevante fondshuizen in Nederland en onderzochten, indien mogelijk, minimaal twee fondsen per aanbieder. Daarbij kwamen acht onderwerpen aan bod:
  1. De naam van de fondsmanager
  2. Ondersteuning door analisten
  3. De achtergrond van de fondsmanager
  4. Het moment van aantreden
  5. Andere taken binnen de organisatie
  6. Verantwoordelijkheden binnen het fonds
  7. Beslissingsstructuur binnen het fonds
  8. Beleggingen van fondsmanagers in het eigen fonds
De informatie werd gezocht op de website van de fondsaanbieder, de factsheet (het maandelijkse rapportagebericht) en in het jaarverslag (over 2014).
VEB-transparantieonderzoek-SH435x600.PNG
Ondermaats
Ten opzichte van het vorige onderzoek heeft een aantal partijen serieus werk gemaakt als het om transparantie ten aanzien van het beheerteam gaat. Vooral bij Kempen is de informatievoorziening flink verbeterd. In het vorig onderzoek bungelde het prestigieuze fondshuis behoorlijk onderaan, nu scoort het als beste met een positieve score op zeven van de acht onderzochte onderwerpen. De website van Kempen is flink verbeterd en geeft meer inzicht in de beheerders, hun achtergrond en ervaring.

Ook bij Delta Lloyd is werk verzet de afgelopen jaren. De fondsaanbieder is nu een stuk transparanter dan in 2013, toen op maar twee onderwerpen informatie werd verschaft tegen vier nu. Daarbij dient te worden opgemerkt dat niet alle informatie even accuraat is. Zo voert het Delta Lloyd Deelnemingen-fonds beheerders op die niet direct betrokken zijn bij het fonds.

Robeco scoort eveneens hoog, vooral dankzij de tekst en uitleg die te vinden is over het Robeco High Yield Bonds van fondsmanager Sander Bus. Opmerkelijk genoeg is de informatie bij vlaggenschip-fonds Robeco N.V. een stuk beperkter. Blijkbaar zijn er binnen het fondshuis geen generieke afspraken over de informatie die aan beleggers wordt verstrekt.

VEB-transparantieonderzoek-top-3-SH280x300.PNGHet Add Value Fund van Optimix blijft solide presteren op het gebied van transparantie. Het fondshuis is transparant op vijf van de acht onderwerpen, evenveel als in het vorige onderzoek toen het beleggingsfonds van Willem Burgers en Hilco Wiersma nog opereerde onder de vlag van Keijser Capital. Tegenwoordig vormt het Add Value Fund onderdeel van Optimix dat opvallend genoeg met haar fondsen aanmerkelijk minder goed scoort.

Tot zover het goede nieuws, want fondsaanbieders die een dikke onvoldoende scoren zijn ook ruimschoots aanwezig. Zo is bij Allianz alleen de naam van de fondsbeheerder te achterhalen verdere informatie is niet beschikbaar. Aegon neemt zelfs die moeite niet. De verzekeraar scoort negatief op alle onderdelen. Eind vorig jaar werd de beursgenoteerde onderneming Aegon nog geroemd vanwege haar transparante jaarverslag, maar aan het jaarverslag beleggingsfondsen en de overige informatie op fondsengebied valt daar bijzonder weinig van te merken.

Meer naam dan proces
Over de hele linie valt op hoe weinig aandacht wordt gegeven aan de manier waarop de verantwoordelijkheden en de beslissingsstructuur binnen een beheerteam zijn vormgegeven. Alleen Kempen en (deels) Robeco besteden aandacht aan beide punten.

Bijna even slecht is het gesteld met gegevens of een fondsmanager al dan niet in het eigen fonds belegt. Alleen Add Value, DoubleDividend en Juno geven hierover informatie. En dat is jammer, want een fondsmanager die in het eigen fonds belegt straalt vertrouwen uit en is bereid zijn belangen en die van zijn beleggers openlijk gelijk te stellen. In de Verenigde Staten zijn fondshuizen verplicht inzage te geven in hoeverre fondsbeheerders in het eigen fonds beleggen. Er zijn diverse onderzoeken bekend waaruit blijkt dat er een positief verband is tussen persoonlijk belegd zijn in het eigen fonds en het fondsrendement.

Positief verband
Dat positieve verband is er ook als fondsmanagers langer een specifiek fonds beheren. Onderzoek van Morningstar in de Verenigde Staten leert dat naarmate een fondsbeheerder langer een fonds beheert, zijn kosten laag weet te houden en ook nog eens substantieel in zijn eigen fonds belegt, de kans op een beter dan gemiddeld rendement significant toeneemt. Dat maakt informatie over de achtergronden van fondsbeheerders tot meer dan een vrijblijvende oefening. Voor beleggers kan het een signaal zijn over de kansen die een fonds biedt op een bovengemiddeld rendement. En juist dat zou de kracht moeten zijn van actief beheerde beleggingsfondsen. Dat maakt het des te onbegrijpelijker dat veel fondshuizen nalaten om beleggers gedegen informatie te verschaffen over de mensen waar beleggers hun geld aan toevertrouwen.



^  Inhoud


Wat wilt u doen binnen onze vereniging?
Bron: Redactie HCC Beleggen
De HCC Beleggen organiseert een aantal activiteiten. De bekendste activiteiten die wij organiseren zijn de beleggerssymposia, die we tweemaal per jaar houden in De Bilt, de regiogroepen en deze nieuwsbrief. Een toenemend aantal mensen wil ook aktief meedoen.

actieveleden_gezocht_sh400x236.gifVoor de organisatie van onze symposia zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die een bijdrage willen leveren aan de totstandkoming hiervan.
Het is niet alleen leuk om dergelijke evenementen te organiseren, maar het is ook een ideale gelegenheid om je netwerk uit te breiden met interessante contacten.

Ook voor deelname aan de redactie van de nieuwsbrief en de website zijn wij voortdurend op zoek naar mensen die het aandurven een column, een  artikel of een recensie te schrijven.

Zonder deel uit te maken van de organisatie kunt u vanzelfsprekend ook meedoen aan één van de Regio- of Belangstellingsgroepen.

Maar ook andere dingen doen zoals het geven van een aardige lezing,  met anderen handelsstrategieën uitwerken, software onder de knie krijgen of gewoon een groep vormen waarmee je samen de markt analyseert/bespreekt, behoort tot de mogelijkheden.

Ben jij enthousiast en denk je dat een vrijwilligersfunctie jou op het lijf geschreven is, neem dan per email contact op met het HCC Beleggen bestuur  of met de redactie 



^  Inhoud


Disclaimer: Deze publicatie komt tot stand op de redactie van beleggersonline.nl de website van de HCC IG Beleggen. Noch de mate waarin de berichten, voorgestelde scenario’s, risico’s en voorspellingen de marktverwachtingen weerspiegelen, noch de mate waarin zij in de realiteit zullen tot uiting komen, kunnen worden gewaarborgd. De voorspellingen zijn indicatief. De gegevens in deze publicatie zijn algemeen en louter informatief. Ze mogen niet worden beschouwd als beleggingsadvies. De schrijver(s) van deze publicatie en het bestuur van de HCC IG Beleggen en/of de Redactie van de Nieuwsbrief zijn derhalve niet aansprakelijk voor eventuele verliezen. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren, behaalde resultaten uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.



^  Inhoud



 
< Vorige   Volgende >

http://www.beleggersonline.nl/ Validated by HTML Validator (based on Tidy) © 2017 Hcc Beleggen Website