HCC Beleggen Banner Advertisement
Menu
Voorpagina
HCC Beleggen
Symposia
Nieuwsbrief
Nieuwsbrief(archief)
Artikelen
Beleggers Info
Downloads
Sitemap


Voorpagina arrow Artikelen arrow Los van index
Los van index

Weg met de tracking error

Indexbeleggen de ultieme manier van beleggen? Absoluut niet, want beleggingsfondsen die een index volgen, voeren een passief beleggingsbeleid. Geef mij maar actief beheerde beleggingsfondsen die een absoluut rendement nastreven. Deze vertegenwoordigen het échte, succesvolle beleggen.

De meeste beleggingsfondsen hebben een benchmark (ook wel index) als ijkpunt en mogen daar maar beperkt van afwijken. Ze meten niet alleen hun prestaties relatief af aan de hand van een index, maar onder- of overwegen hun posities in de beleggingsportefeuille ook aan de hand van de posities in de index. Ze hopen het zo beter te doen (outperformance) dan de index. Als de aandelenmarkt wereldwijd daalt en de MSCI World Index 15 procent in de min gaat, laten dergelijke fondsen eenzelfde daling zien. De fondsbeheerder die dan min 14 procent laat zien, doet het intern in de organisatie dan goed. Bijna elk fonds koopt aandelen die deel uitmaken van een brede index zoals de MSCI World Index. Daarmee zijn het aandelen die iedereen kent of heeft. Zo vertonen fondsen zoals het ABN AMRO Global Fund, het Postbank Aandelenfonds, Robeco en het ING Global Fund grote overeenkomsten. Al deze fondsen beleggen voor vijftig procent in de Verenigde Staten en voor vijftig procent in Europa en Azië.

 

Niet zo simpel

De praktijk toont aan dat het nog niet zo simpel is voor beleggingsfondsen om het beter te doen dan hun benchmark. Onderzoeken tonen aan dat het overgrote deel van de beleggingsfondsen op lange termijn hun relevante benchmark niet weet te verslaan. Dat komt met name doordat de meeste beleggingsfondsen zichzelf strakke beperkingen hebben opgelegd. Ze moeten bijvoorbeeld een lage tracking error hebben. Die factor geeft de afwijking tussen het rendement van het fonds en de benchmark weer. Hoe lager de tracking error, hoe dichter het fonds aan de index vastzit. En daar zit precies het probleem. Klanten (vooral institutionele partijen zoals pensioenfondsen en banken) ervaren een hoge tracking error als een hoog risico, een reden om geld uit het fonds te halen. Het beleid is gericht op een lage tracking error en dat kan alleen worden bereikt door zo dicht mogelijk tegen de index aan te schurken, het zogeheten index hugging. Een groot nadeel daarvan is dat het universum van aandelen waaruit een fondsmanager kan kiezen flink wordt beperkt. De regio’s en de aandelen staan vanaf het begin af aan al bekend. Terwijl er buiten het cirkeltje van aandelen in de index natuurlijk prima bedrijven met dito aandelenrendementen te vinden zijn. 

Fondsen die zich naar de buitenwereld presenteren als actief beheerde fondsen, zijn dus in wezen niets meer dan passieve indexvolgers met een beperkte bewegingsvrijheid. De enige vrijheid die ze wel hebben, is dat ze een groter belang in een onderneming kunnen nemen dan de weging in de index. Overigens zijn hier vaak ook weer restricties aan verbonden. Conclusie? De belegger die in het fonds stapt, koopt eigenlijk een duur indexfonds, waarvan op voorhand vaststaat dat het fonds de index niet kan verslaan of waarvan vaststaat dat de kans op het verslaan van de index erg klein is.

 

Totaal andere benadering

Absolute beleggers staan in schril contrast met indexbeleggers. De eerste groep volgt niet klakkeloos de index, maar streeft naar een absoluut rendement. Ze maken hun prestaties niet afhankelijk van de index. De fondsmanager van een dergelijk fonds kent weinig restricties, hij heeft veel vrijheid van handelen. De beheerder hoeft niet perse voor de helft in de Verenigde Staten te beleggen omdat de index dat voorschrijft. Hij koopt alleen Amerikaanse aandelen als hij van mening is dat hij daar een goed aandeel kan vinden. Dat is een totaal andere benadering die ook tot andere resultaten leidt. Doen wat iedereen doet, betekent krijgen wat iedereen krijgt. Absolute beleggers houden zich daar verre van. Zij houden van aandelen die ondergewaardeerd, onpopulair of onontdekt zijn. Als er solide ondernemingen achter deze aandelen schuilen, hebben deze aandelen de meeste potentie om de koers omhoog te vinden. Het is voor fondsmanagers van dergelijke fondsen de kunst de krenten uit de pap te halen. Zij wachten op een gebeurtenis die de daadwerkelijke waarde van de aandelen van de onderneming ontluikt en weten daarmee goede rendementen te boeken, ongeacht de richting van de markt. 

De belegger die alleen op basis van de tracking error zijn beleggingsfondsen uitkiest, komt bedrogen uit. Want fondsen van aanbieders als Skagen, East Capital, ODIN en Sparinvest komen niet op zijn radarscherm voor. Dat is doodzonde. Absolute beleggers hebben de vrijheid om binnen een bepaald thema – zoals de opkomst van Oost-Europa of de schaarste aan energiebronnen – hun selectie uit te voeren. Bij Skagen, marktleider op de Noorse markt van beleggingsfondsen, wordt van de fondsbeheerder een gemiddeld jaarlijks rendement van 20 procent verwacht, los van wat de wereldindex doet. Bij ODIN viel in februari 2007 op dat Statoil (de grootste Noorse oliemaatschappij) niet voorkwam. De fondsbeheerder had een logische verklaring: dat aandeel was toen relatief gezien veel te duur. Hij kocht naar eigen zeggen liever voor de helft van de prijs het Braziliaanse Petroplus. Dat had hij natuurlijk niet kunnen doen als hij de Noorse index als maatstaf had moeten aanhouden.

 

Groter rendement

Uit de praktijk een vergelijking van vier beleggingsfondsen: Skagen Global, Carmignac Investissement, Vanguard Global Stock Index Fund en Robeco. De eerste twee fondsen worden door absoluut rendement gedreven. Vanguard is een indexfonds en het Robeco-fonds is een zogeheten actief beheerd fonds dat als doel heeft de MSCI World Index te verslaan. Skagen Global heeft weliswaar een risiconiveau dat de helft groter is dan Robeco, maar daarvoor krijg je als belegger vele malen meer rendement. Met andere woorden: voor iets meer beweeglijkheid, schaf je een aanzienlijk groter rendement aan. Skagen belegt juist in die ondernemingen die niet of weinig worden geanalyseerd. Age Westbo, adjunct-directeur bij Skagen zei het onlangs zo: ‘Wie de meeste stenen optilt, vindt de meeste mogelijkheden – ook al is maar 1 op de 100 aandelen die je onderzoekt koopwaardig.’

Image

Rendement*
1 jaar
3 jaar
 7 jaar
SKAGEN Global27,3%114,1%147,2%
Carmignac Investissement26,6%99,3%67,1%
Robeco Robeco10,5%45,0%-26,3%
Vanguard Global Stock Index Fund9,3%39,2%-15,7%
MSCI The World9,2%39,4%-16,0%

*Peildatum: 20 september 2007 Bron: SNS Fundcoach
 

 

De Financial Times berichtte eind vorig jaar over de opkomst van fondsen die zich richten op relatieve rendementen (de indexvolgers). De zakenkrant gaf een koppeling aan met het feit dat elke zichzelf respecterende bank wel een paar fondsen aanbood. Doel was volgens het medium om zo snel mogelijk geld in die fondsen te krijgen, want dan verdient de financiële instelling geld. In de jaren negentig verkochten banken vooral hun eigen beleggingsfondsen. Nu zijn er andere aanbieders ontstaan en verkopen banken ook beleggingsfondsen van andere aanbieders. Die open architecture zorgt ervoor dat er een verschuiving plaatsvindt. Individuele beleggers kunnen nu zelf hun keuzes maken en mijn verwachting is dat in de komende jaren de focus vooral komt te liggen op een absoluut rendement. Door het openbreken van de traditioneel gezien sterk gesloten markt zien Nederlandse partijen (over het algemeen indexvolgers) hun marktaandeel langzamerhand teruglopen. Het geld vloeit naar fondsen die het échte beleggen voor ogen hebben en een absoluut rendementen vinden.

Eigenwijs

Conclusie van mijn betoog: geef mij maar een actief beheerd beleggingsfonds met een manager die de index slechts ter kennisgeving aanneemt en vol gaat voor een sterk rendement. Wellicht betekent dat dat zo’n fonds het in bepaalde marktomstandigheden minder goed doet dan een index, maar daar tegenover staan talloze jaren waarin de rendementen veel harder stijgen dan de index. Doordat absolute beleggers zoeken naar ondernemingen die het gewoon goed doen, weten zij zich zowel in neer- als opgaande markten staande te houden. Een mooi voorbeeld daarvan is SKAGEN Globa. Ook beleggingsfondsen van ODIN, East Capital, Carmignac en het Nederlandse Fortis OBAM zijn echt actief beheerde fondsen die betere cijfers laten zien dan de index, zonder zich van die index wat aan te trekken. We mogen met een knipoog zeggen dat de bijbehorende fondsmanager wat eigenwijs zijn, op plaatsen zoeken waar anderen nooit komen. Zij vinden ondergewaardeerde aandelen, van prachtige ondernemingen mét potentie. Dat spreekt altijd nog meer aan dat het klakkeloos volgen van welke index dan ook.


Jeroen Vetter, directeur van SNS Fundcoach, een supermarkt van beleggingsfondsen zoals AXA Rosenberg, BlackRock Merrill Lynch, DWS, East Capital, Fidelity, HQ Fonder, JPMorgan, ODIN, Robeco en Skagen.

 
< Vorige   Volgende >

http://www.beleggersonline.nl/ Validated by HTML Validator (based on Tidy) © 2018 Hcc Beleggen Website






De laadtijd van deze pagina is: 0.02796 seconden